Kristof Van der Cruysse
GV verraste vriend en vijand deze week met een opmerkelijk opiniestuk in Le Monde "Er is iets aan het rotten in de Franse republiek". Daarin deed hij iets zonder precedent: hij veegde als ex-premier van België en fractieleider van de liberalen in het Europarlement (ALDE) de Franse regering de mantel uit vanwege diens "opportunistische aanwending van het nationale debat over de Franse identiteit".
In het land van De Gaulle woedt de laatste maanden een intens publiek debat over de nationale identiteit: Begrijpelijk bijzonder gevoelig daar een "nationale identiteit" niet makkelijk te definiëren valt, dus grotendeels subjectief is. Opportunistisch of niet, dit debat is wel degelijk relevant, want Frankrijk wordt door de verdergaande Europese integratie steeds meer geconfronteerd met een identiteitscrisis. (het Franse "non" tijdens het referendum over de Europese Grondwet in 2005 was dan ook geen toeval.)
Voeg daaraan nog eens de interne Franse uitdaging, gesteld door de sociologische gevolgen van de niet-europse migratie, gezinshereniging en demografische tendenzen bij religieuze en ethnische minderheden. Daarbij spreekt vooral een mogelijk groeiend antagonisme tussen de lekenstaat en het Islam-extremisme in Frankijk tot de verbeelding. Erg gevoelige materie en dus erg politiek. Volgens de critici willen president Sarkozy en premier Fillon de populariteit van de regering via het "identiteitsdebat" rechttrekken. De debatlijnen lopen dus niet zelden via partijpolitieke breuklijnen, al bevindt vooral de linkerzijde zit hierbij in moelijke positie. Zij kan zich immers moeilijk veroorloven de modale fransman tegen de borst te stoten die, ongeacht zijn partijpolitieke voorkeur, gesteld is op de Republiek en haar waarden.
Granaat zonder Pin
In deze uiterst gevoelige evenwichtsoefening viel nu de bijdrage van onze ex-premier als een granaat met uitgetrokken pin. Een bijdrage die overigens best wat meer aandacht verdiende in onze Vlaamse media. Waarom?
Het is op zich al ongewoon dat de leider van één der mainstream fracties in het EP zich in deze functie uitspreekt tegen het regeringsbeleid van een EU-lidstaat wanneer het beleidsgebied in kwestie duidelijk nationale materie is. En je kan er moeilijk omheen: een debat over nationale identiteit is zowat het meest "intieme" dat binnen een land gevoerd kan worden, zeker als dit debat dan nog eens binnenlands partijpolitiek gerecupereerd wordt tussen links en rechts. Het is dus een beetje alsof je je volledig ongevraagd zou gaan inmengen in de huwelijksproblemen van je overburen. Helemaal pikant wordt het, wanneer de ex-premier van een lidstaat salvo’s richt op de regering van een veel groter buurland, waarvan het economisch dan nog eens erg afhankelijk is.
De omstandigheden waarin het opiniestuk geschreven werd mogen op zich dan al uiterst uitzonderlijk genoemd worden, vooral inhoud doet overal in Europa de wenkbrauwen fronsen. Het stuk stelt ondermeer dat "het debat over de nationale identiteit ervoor gezorgd heeft dat de thema’s van extreem rechts opnieuw in beeld komen". De uitvoering van dit identiteitsdebat "ruikt bovendien naar Vichy-isme" (de met de Duitse bezetter collaborerende Franse regering tijdens de Tweede Wereldoorlog). Frankrijk moet "pluralistisch en solidair" zijn, en het "kille nationale denken" verlaten ten voordele van het "multiseculaire" en "universalistische" denken. Verhofstadt pleit dus voor een soort overkort Universalisme. Je mag hem of je mag hem niet, de grote verdienste van Guy Verhofstadt in het Europarlement bestaat erin dat je tenminste weet waar hij voor staat. Dat verdient hoe dan ook respect in een wereld waar wolligheid schering en inslag is.
Collaboratie en Voetbal
Maar het opiniestuk zelf is helaas dermate karikaturaal dat het zijn doel voorbij schiet. De zoektocht naar de nationale identiteit en -waarden immers discrediteren door labelling als "extreem-rechts thema" is intellectueel buitengewoon oneerlijk. Voor hetzelfde geld zou je kunnen wijzen op de claims die het Marxisme kan leggen op het universalistische denken, om dit laatste vervolgens met even grote stelligheid af te wijzen. Dergelijke gezagsargumenten zijn er in de eerste plaats op gericht andersdenkenden de mond te snoeren en dus funest voor een constructief, want tegensprekelijk, debat. Een echte liberaal staat open voor andere meningen, of respecteert tenminste hun bestaan.
Nationale identiteit en hypernationalisme ongenuanceerd gelijkstellen en in één beweging door dan maar vastkoppelen aan Tweede Wereldoorlog en Collaboratie, ja zelfs tegenstelbaar maken aan solidariteit en openheid getuigt al evenmin van bereidheid om een eerlijk debat aan te gaan. En wat te denken over de impliciete verwijten van xenofobie? De "laïcité" (lekenstaat) die hier een antwoord kan bieden is toch een product van Franse bodem? En ja, inderdaad, het Franse voeltbal hééft met een "ethnisch en cultureel divers" team de wereldbeker gewonnen, maar waarom zou dit elke kritische opmerking over aspecten van een multi-etnische –culturele maatschappij bij voorbaat uitsluiten? Kwistig rondstrooien met namen zoals Camus, Amartya Sen en Karl Popper kan de pretentie van een intellecueel en liberaal discours dan al lang niet meer redden.
Het is ons geheel niet duidelijk wat Guy Verhostadt wenste bereiken met dit opmerkelijke opiniestuk. Zoekt de ex-premier een nieuwe Wonderbaarlijke Bestemming als Gids die de "fascistoide" soevereine nationale staten naar het Euro-walhalla moet leiden ? Zijn "Verenigde Staten van Europa" zullen plots op heel wat minder sympathie kunnen rekenen in de europese hoofdsteden.
Ongeloof
Een groot deel van Frankrijk ergert zich vandaag openlijk aan een Belgische ex-premier die alle diplomatie achterwege laat en stelt dat het aanleren van de Marseilleise in de scholen "absurd en grotesk" is. In Frankrijk wordt hiermee dus niet gelachen: nationale trots én identiteit bestaan er wel degelijk. De gerespecteerde, van oorsprong socialistische BZ-minister (en oprichter van Artsen zonder Grenzen) Bernard Kouchner heeft Verhofstadt’s uitval reeds als "ridicuul" bestempeld. Het laat zich raden dat de Belgische diplomatie, die het qua soortelijk gewicht binnen de EU toch vooral moet hebben van een traditioneel bijzonder discrete en accomoderende opstelling, met deze rel niet opgezet is. Dit soort gedoe kan je je als kleine lidstaat namelijk niet al te dikwijls permitteren. Want "in Europa" of niet, Verhofstadt is in de eerste plaats toch een Belg vindt Parijs.
Binnen zijn Europese ALDE zelf (bestaande uit links- en rechtsliberalen) werkt Verhofstadt meer en meer als een verdelend figuur. Wil Verhofstadt de Open VLD en de hele ALDE nu tegen wil en dank meeslepen in een kruistocht tegen de "nationale identiteit"? Laat dit nu net iets zijn dat gevoelig ligt bij de rechts-liberalen in eigen fractie, en bij de machtige Europese Volkspartij, waar zowat de helft van de parlementsleden zich nu plots "extreem-rechts" mag gaan voelen. In de wandelgangen konden we reeds enig ongeloof waarnemen. Gevreesd wordt dat de relatief kleine Open VLD in een fractie waar 5 grotere nationale partijen zitten haar hand wel eens zou kunnen overspelen.

Zijn stijl is nuchter en to-the-point, een aanpak die bij de Vlamingen duidelijk in de smaak valt. Hij noemt zich dan ook graag "Nederbelg", een beschrijving die hem nog het best typeert. Dat hij het daarenboven aandurft heiliggewaande huisjes neer te halen, heeft hem met de jaren ook nog eens een hoog Tijl Uilenspiegel-gehalte gegeven. Eppink durft, maar zijn analyses berusten steeds op feiten, en zijn uitgebreide ervaring maakt van hem een bevoorrechte getuige in de Belgische en internationale politieke arena.Ook zijn jongste daad getuigt van lef: journalisten bekennen zich niet licht tot politieke partijen, en als ze dat toch doen weten ze dat ze hun nek uitsteken. Een toptalent als Eppink had dus ruimte nodig, en die kreeg hij ook. In samenwerking met Denktank Cassandra, waarvan Eppink nu deel uitmaakt, wordt reeds geruime tijd een Europees programma samengesteld, dat net zoals de bescheiden Nederbelg omschreven kan worden als evenwichtig en recht-door-zee. Genuanceerd, maar zonder euro-speak en poespas. Een verademing in de Vlaamse politiek.