+  +  + 
Login:
Paswoord:

Paswoord vergeten ? Klik hier

Nog geen lid van Cassandra ? Schrijf je nu geheel gratis in. Registreren

<< Maart 2010 >>
ZoMaDiWoDoVrZa
 123456
789
10
111213
14151617181920
21222324252627
28293031   



Pleidooi voor klassieke opleiding

08-07-2009 om 01:48:59

Rob Lemeire

Boekbespreking van 'Norms & Nobility – A Treatise on Education', door David V. Hicks – University Press of America, 1981 (157 pp.).

David V. Hicks behaalde een A.B. in Engels in Princeton University en een M.A. in filosofie in Oxford University. Hij is nu schooldirecteur en vice-president voor Academische Zaken bij Meritas (Amerikaans schoolgemeenschap, www.meritas.net).

De aristocratische klassieke opleiding gaf veel aandacht aan normen, discussie en begrip zelfs over verschillende onderwerpen heen. Tijdens de modernisering van de maatschappij is er de grote fout begaan door alles wat ruikt naar aristocratie te willen afschaffen. De democratisering van het secundaire onderwijs is hiervan het gevolg, waarbij alles dat naar hogere waarden riekt verdwijnt. Men veronderstelt te snel dat alles te moeilijk is voor de leerling, waardoor een oninteressante leerstof overblijft – zelfs als dit recht uit de leefwereld van de leerling komt. Leerlingen met specifieke interesses of talenten krijgen niet de mogelijkheid daar dieper op in te gaan.

Veel gezonder zou het zijn om ieder aristocratisch onderwijs te geven. In plaats van het niveau naar beneden te halen, moet het sterk naar boven. Hicks geeft als voorbeeld de piano-opleiding die hij in zijn jeugd heeft gehad, waarbij zijn leraar hem eerst de meest eenvoudige wijsjes aanleerde. Zijn buurjongen nam op een andere plaats les, waar hij meteen moeilijke muziekstukken moest instuderen. Het aanleren van eenvoudig naar moeilijk bleek bij Hicks niet te werken, terwijl de ambitieuze aanpak bij zijn buurjongen duidelijke vruchten had afgeworpen. Deze twee voorbeelden vormen natuurlijk geen bewijs, maar is wel illustratief voor de visie van Hicks.

Dogma

"Ik denk dus ik ben", de moderne uitspraak van Decartes die ervan uitging dat geen dogma maar enkel analyse voldoende is om de wereld te beschrijven. Maar gedachten zijn volgens het boek geen zijnsbewijs maar een bewijs tot denken, zodat een verbinding van 'zijn' en 'denken' reeds een dogma is. Dogmatisch denken is dus onvermijdelijk en is vervat in zowel de Griekse als christelijke wortels van de klassieke opleiding. Echt onderwijs begint in dogma, en eindigt in discussietechnieken om de dogma's in vraag te stellen. Echt onderwijs gaat over normen en karaktervorming.

Praktijk

Anderzijds heeft het boek ook enkele zeer praktische hoofdstukken, met zelfs een overzicht van een curriculum en met voorbeelden van goede vraagstellingen die de medewerkers in een school zichzelf zouden moeten stellen. Hij behandelt zelfs de overgang van een moderne school naar een klassieke – een overgang die sterk bemoeilijkt is doordat modern gevormde leraars niet op een eenvoudige manier de werkmethodes en visie nodig voor een klassieke les kunnen overnemen. Hierbij is een sterke begeleiding van de leraars nodig, een 'school in de school'-concept, waarbij leraars van elkaar kunnen leren op regelmatige basis.

Het curriculum van het leerprogramma bestaat uit drie basiselementen, 'Humane Letteren', 'Wetenschap en wiskunde' en 'Kunst en talen'. Het belangrijkste hierin is de 'Humane Letteren', die door één leraar gegeven moeten worden, die dan ook veel tijd met zijn leerlingen doorbrengt en een sterke band moet krijgen. De stof bestaat uit geschiedenis, filosofie, grammatica, literatuur, religie, sociale wetenschap en het is de bedoeling om een nadruk te geven op een transversale visie. Dus indien de Griekse periode wordt bestudeerd, moeten al deze elementen aan bod komen. Het eenzijdig analyseren van teksten wordt radicaal afgewezen: ook in de praktijk heeft Hicks gemerkt dat geen enkele leerling dit interessant vindt. Beter is om vrije gesprekken te beginnen over de stof, en moet de leraar niet als alweter maar in de eerste plaats als (Socrateriaanse) vraagsteller optreden, om de leerlingen tot nadenken te stimuleren. Door meer nadruk op (dialectische) discussie, wapenen leerlingen zich tegen ideologische verblindheid.

Besluit

Het klassieke onderwijs moet duidelijk gebaseerd zijn op een beeld van wat voor een soort volwassen mensen we willen. Volwassenen ook die de uitspraken van experten te kunnen beoordelen zonder de specifieke expertise. De modernistische gedachte van 'kinderen moeten in de eerste plaats de kans hebben om kinderen te zijn' wordt afgewezen op school, waar dus de normen en plichten op een hogere plaats komt. Het moderne schoolbeleid denkt dan wel sterk na over het eigen beleid, maar vermits het daarin de verkeerde vooronderstellingen gebruikt, namelijk die van de leefwereld van het kind als ideaal, kan het zichzelf niet fundamenteel verbeteren. Een leraar moet zich dus in de eerste plaats wenden tot de volwassene in het kind.

Citaten

Hannah Arendt verwoordt de noodzaak tot normen samen met rationeel denken met volgende vraag: "Could the activity of thinking as such, the habit of examining whatever happens to come to pass or to attract attention, regardless of results and specific content, could this activity be among the conditions that make men abstain from evil-doing or even actually 'condition' them against it?"

Thomas Van Aquino: "De karigste kennis over de hoogste onderwerpen is wenselijker dan de meest zekere kennis over mindere zaken."

John Ruskin: "Education does not mean teaching people to know what they do not know; it means teaching them to behave as they do not behave."

Bertrand Russel: "We must have some concept of the man we wish to produce, before we can have any definite opinion as to the education which we consider the best."

John Stuart Mill: "A pupil from whom nothing is ever demanded which he cannot do, never does all he can."

Edmund Burke: "What is liberty without wisdom, and without virtue? It is the greatest of all possible evils." (Niet uit het boek).

 

 Prof. Boudewijn Bouckaert

 

Worden Joden en Palestijnen ooit Polen en Duitsers? Als we de internationale geschiedenis tegen het licht houden van zelfs de meest minimale normen van menselijkheid en rechtvaardigheid dan zien we een parade van machtswellust, veroveringen, massamoorden, uitbuiting en cultuurvernietiging. Op quasi alle staatsgrenzen kleeft bloed en onrecht.gazaDit gegeven brengt velen, intellectuelen, politici, would be charismatische leiders en zedenprekers, op de onzalige gedachte om het herstel van het historische onrecht tot een ideologie te verheffen. Historisch onrecht verschilt van actueel onrecht doordat het zich in een verder verleden situeert, zodat zowel daders als slachtoffers tot reeds uitgestorven generaties behoren. Omdat er over elk historisch onrecht wel meerdere versies bestaan, opent men hierdoor een doos van Pandora voor schier onoplosbare en permanente conflictsituaties. Popper en Hayek hadden het bij het rechte eind: wie de utopie op aarde wil realiseren leidt ons naar de hel. Het streven naar herstel van het Historisch Onrecht in een soort  dwangmatige Revisie-ideologie is evenzeer een uiting van menselijke hubris maar dan op het vlak van internationale verhoudingen.Gedurende de tweede wereldoorlog besloot Stalin de Oost-Duitse gebieden Pruisen, Pommeren en Silezië aan Polen te geven en de oostelijke gebieden van Polen aan de Sovjetunie te hechten. In 1945 werden miljoenen Duitsers uit deze Oostgebieden verdreven wat volgens schattingen aan twee miljoen Duitse burgers het leven kostte. Historisch onrecht ongetwijfeld. Waarom moet de gehele burgerbevolking bloeden voor de wandaden van een totalitair regime? Stel dat de Duitsers ten prooi vallen aan grensrevisionisme en eisen dat deze gebieden aan hen worden teruggegeven. Om deze eis kracht bij te zetten beginnen extreme Duitse milities van op de oevers van de Oder en Neisse amateurversies van V1 en V2-raketten af te vuren op de Poolse bevolking. De Polen zijn van oordeel dat deze gebieden aan hen toebehoren omdat de Slavische bevolking in de elfde eeuw werd verdreven door Duitse kolonisten. De Polen schieten terug en de televisie zendt bestendig beelden uit van getroffen Duitse gezinnen.Het siert de Duitsers dat zij de Revisie-ideologie hebben losgelaten en zich hebben neergelegd bij het onherroepelijke verlies van deze gebieden. Hierdoor is een pak conflictstof vermeden en lijkt de verhouding tussen Polen en Duitsers voorgoed gepacificeerd.Een dergelijke realpolitieke en niet-utopische benadering lijkt onmogelijk te zijn in het Israëlisch-Arabische conflict. Revisionaire eisen, gevoed door religieus-utopische wereldbeelden, functioneren als intellectuele Katoesja-raketten die elke bescheiden stap in de richting van een stabiele vrede ondermijnen. Langs Israëlische kant is dit de bijbelse droom van “Eretz Israel”, dat de inlijving van de Palestijnse gebieden impliceert. Langs Arabische kant is dit de droom van de vernietiging van de Israëlische staat en de volledige Islamisering van het gebied, met de overblijvende Joden in een dimmi-statuut. Zolang deze utopieën op het veld van de politieke en militaire actie levendig blijven, deemstert elk perspectief voor een blijvende vrede onherroepelijk weg.Een niet-utopische benadering van de problematiek houdt in dat het bestaansrecht van Israël, sinds 1948 door de internationale gemeenschap erkend, een vast uitgangspunt is,ook al ging de stichting van deze staat gepaard met onrecht tegen de toenmalige inwoners van het gebied. Wie A zegt moet ook B zeggen. Elke staat heeft recht op zelfverdediging. Israël heeft dus het recht om terug te schieten als het beschoten wordt. Israël mag dus de Hamas-schutters onschadelijk maken, ook al gebruikt Hamas daarbij de bewoners van Gaza als menselijk schild. Bij de legitieme zelfverdediging van zijn veiligheid moet Israël echter wel een proportionaliteit in acht nemen. De huidige campagne ruikt overduidelijk naar overkill  en dreigt Israël internationaal te isoleren. Overigens moet Hamas voor Israël niet onderdoen voor geweld tegen de Palestijnse bevolking.. Het oefent in de Gazastrook een onverbiddelijke terreur uit en gematigde Palestijnen worden er gemarteld en gedood. Op langere termijn zou in Gaza opnieuw een internationale politiemacht moeten gelegerd worden om deze bevolking te beschermen zowel tegen de Hamas-terreur als Israëlische overkill. Ware het niet dat Europa zich wentelt in militaire impotentie, dan zou hier een mooie taak voor een Europese vredesmissie zijn weggelegd.Israël moet van zijn kant ook duidelijke signalen geven dat het zijn  heilloze Revisie-ideologie van “Eretz Israel” voorgoed afzweert en dat het een Palestijnse staat naast zich zal dulden. Daarom moet het in de Westbank een ondubbelzinnige politiek van ‘nationbuilding’ opzetten en stoppen met de economische wurging van het gebied. De huidige fragmentering  van het gebied met alle tergende controles vandien belet het tot stand komen van een civiele samenleving en de daaruit voortvloeiende democratische instituties. Welstellende burgers, die iets te verliezen hebben, gooien minder bommen. Meehelpen aan een Palestijnse ‘nationbuilding’ is de beste investering die Israël kan doen voor zijn eigen veiligheid.We kunnen alleen maar hopen dat ooit de realpolitieke en non-utopische houding langs beide kanten dominant wordt en de Revisie-ideologie in de marginaliteit verdringt. Laten we de geschiedenis over aan de historici, de religie aan theologen en priesters en  het autonome veld van de politiek respecteren. Daarin is geen plaats voor wilde dromers en fantasten.

'Wij voeden Lijst Dedecker'

13-02-2009 om 17:19:38

Boudewijn Bouckaert is professor aan de UGent en voorzitter van Cassandra. De denktank werd voorgesteld op de nieuwjaarsreceptie van Lijst Dedecker.

 

Wat is Cassandra precies?

'Een autonome denktank. Maar partijpolitiek werken wij exclusief met Lijst Dedecker. Dat wil niet zeggen dat wij richtlijnen van de partij ontvangen, Cassandra kan ook standpunten innemen die tegen de partij ingaan. Al is dat weinig waarschijnlijk.' 'Wat wij doen is Lijst Dedecker programmatorisch voeden. Nu zijn we druk bezig met het uitwerken van veertig resoluties. Het partijbureau van Lijst Dedecker zal daaruit het materiaal kiezen voor het programmacongres, op 26 en 27 april.' 'Uiteraard kan het eerst nog dingen verfijnen, weglaten of toevoegen. De basisgedachte blijft wel dezelfde: de staat terugdringen, werknemers meer loon laten overhouden van hun arbeid en de Westerse waarden als voorwaarde voor integratie.

De denktank is begonnen met vijftien leden, hoeveel zijn er nu?

'In alle werkgroepen samen zitten nu ongeveer tweehonderd leden. Zij werken op zowat alle domeinen: integratie, financiën, economie, staat en democratie, welzijn, justitie en veiligheid, milieu...' 'We willen het volledige veld bestrijken, niet alleen de thema's die traditioneel geassocieerd worden met Jean-Marie Dedecker. In 2009 zijn er Vlaamse verkiezingen en dus moeten we tonen dat we geen eendagsvlieg of eenmanspartij zijn. Daarom werken we nu ook aan thema's als ruimtelijke ordening (een bevoegdheid van de gewesten, red.).'

Moet Lijst Dedecker af van dat imago van eenmanspartij?

'Het is door het profiel van Jean-Marie dat de partij groot geworden is, maar we moeten tonen dat er meer is. We moeten het beeld krijgen van een ploeg.' 'Maar de toekomst ziet er goed uit. Er is een grote instroom van jonge, gemotiveerde mensen.'

Worden die nieuwkomers begeleid vanuit Cassandra?

'Zij maken vaak deel uit van de werkgroepen, ja. Van wat daar besproken wordt, kunnen ze heel wat opsteken.' 'Een probleem voor onze mandatarissen is natuurlijk dat we in het parlement met een situatie zitten die niet ideaal is voor een jonge oppositiepartij. Er is nu wel een interim-regering, maar we staan te trappelen om echt oppositie te kunnen voeren.

Zijn alle leden van Cassandra eigenlijk lid van Lijst Dedecker?

'Nee, de werkgroepen zijn open. Ook wie geen lidkaart heeft mag deelnemen. Een academische titel is evenmin een vereiste. We spelen sterk op die participatie.' Is er bij sommige leden schroom om toe te geven dat ze lid zijn van Cassandra? 'Er is een aantal mensen die niet op de website vermeld willen worden. Dat zijn vooral zakenmensen.' 'Helaas kan je in de bedrijfswereld nog niet altijd uitkomen voor je politieke mening.'

Bron: De Standaard, 22 januari 2008 (lob)