Rob Lemeire
Boekbespreking van 'Norms & Nobility – A Treatise on Education', door David V. Hicks – University Press of America, 1981 (157 pp.).
David V. Hicks behaalde een A.B. in Engels in Princeton University en een M.A. in filosofie in Oxford University. Hij is nu schooldirecteur en vice-president voor Academische Zaken bij Meritas (Amerikaans schoolgemeenschap, www.meritas.net).
De aristocratische klassieke opleiding gaf veel aandacht aan normen, discussie en begrip zelfs over verschillende onderwerpen heen. Tijdens de modernisering van de maatschappij is er de grote fout begaan door alles wat ruikt naar aristocratie te willen afschaffen. De democratisering van het secundaire onderwijs is hiervan het gevolg, waarbij alles dat naar hogere waarden riekt verdwijnt. Men veronderstelt te snel dat alles te moeilijk is voor de leerling, waardoor een oninteressante leerstof overblijft – zelfs als dit recht uit de leefwereld van de leerling komt. Leerlingen met specifieke interesses of talenten krijgen niet de mogelijkheid daar dieper op in te gaan.
Veel gezonder zou het zijn om ieder aristocratisch onderwijs te geven. In plaats van het niveau naar beneden te halen, moet het sterk naar boven. Hicks geeft als voorbeeld de piano-opleiding die hij in zijn jeugd heeft gehad, waarbij zijn leraar hem eerst de meest eenvoudige wijsjes aanleerde. Zijn buurjongen nam op een andere plaats les, waar hij meteen moeilijke muziekstukken moest instuderen. Het aanleren van eenvoudig naar moeilijk bleek bij Hicks niet te werken, terwijl de ambitieuze aanpak bij zijn buurjongen duidelijke vruchten had afgeworpen. Deze twee voorbeelden vormen natuurlijk geen bewijs, maar is wel illustratief voor de visie van Hicks.
Dogma
"Ik denk dus ik ben", de moderne uitspraak van Decartes die ervan uitging dat geen dogma maar enkel analyse voldoende is om de wereld te beschrijven. Maar gedachten zijn volgens het boek geen zijnsbewijs maar een bewijs tot denken, zodat een verbinding van 'zijn' en 'denken' reeds een dogma is. Dogmatisch denken is dus onvermijdelijk en is vervat in zowel de Griekse als christelijke wortels van de klassieke opleiding. Echt onderwijs begint in dogma, en eindigt in discussietechnieken om de dogma's in vraag te stellen. Echt onderwijs gaat over normen en karaktervorming.
Praktijk
Anderzijds heeft het boek ook enkele zeer praktische hoofdstukken, met zelfs een overzicht van een curriculum en met voorbeelden van goede vraagstellingen die de medewerkers in een school zichzelf zouden moeten stellen. Hij behandelt zelfs de overgang van een moderne school naar een klassieke – een overgang die sterk bemoeilijkt is doordat modern gevormde leraars niet op een eenvoudige manier de werkmethodes en visie nodig voor een klassieke les kunnen overnemen. Hierbij is een sterke begeleiding van de leraars nodig, een 'school in de school'-concept, waarbij leraars van elkaar kunnen leren op regelmatige basis.
Het curriculum van het leerprogramma bestaat uit drie basiselementen, 'Humane Letteren', 'Wetenschap en wiskunde' en 'Kunst en talen'. Het belangrijkste hierin is de 'Humane Letteren', die door één leraar gegeven moeten worden, die dan ook veel tijd met zijn leerlingen doorbrengt en een sterke band moet krijgen. De stof bestaat uit geschiedenis, filosofie, grammatica, literatuur, religie, sociale wetenschap en het is de bedoeling om een nadruk te geven op een transversale visie. Dus indien de Griekse periode wordt bestudeerd, moeten al deze elementen aan bod komen. Het eenzijdig analyseren van teksten wordt radicaal afgewezen: ook in de praktijk heeft Hicks gemerkt dat geen enkele leerling dit interessant vindt. Beter is om vrije gesprekken te beginnen over de stof, en moet de leraar niet als alweter maar in de eerste plaats als (Socrateriaanse) vraagsteller optreden, om de leerlingen tot nadenken te stimuleren. Door meer nadruk op (dialectische) discussie, wapenen leerlingen zich tegen ideologische verblindheid.
Besluit
Het klassieke onderwijs moet duidelijk gebaseerd zijn op een beeld van wat voor een soort volwassen mensen we willen. Volwassenen ook die de uitspraken van experten te kunnen beoordelen zonder de specifieke expertise. De modernistische gedachte van 'kinderen moeten in de eerste plaats de kans hebben om kinderen te zijn' wordt afgewezen op school, waar dus de normen en plichten op een hogere plaats komt. Het moderne schoolbeleid denkt dan wel sterk na over het eigen beleid, maar vermits het daarin de verkeerde vooronderstellingen gebruikt, namelijk die van de leefwereld van het kind als ideaal, kan het zichzelf niet fundamenteel verbeteren. Een leraar moet zich dus in de eerste plaats wenden tot de volwassene in het kind.
Citaten
Hannah Arendt verwoordt de noodzaak tot normen samen met rationeel denken met volgende vraag: "Could the activity of thinking as such, the habit of examining whatever happens to come to pass or to attract attention, regardless of results and specific content, could this activity be among the conditions that make men abstain from evil-doing or even actually 'condition' them against it?"
Thomas Van Aquino: "De karigste kennis over de hoogste onderwerpen is wenselijker dan de meest zekere kennis over mindere zaken."
John Ruskin: "Education does not mean teaching people to know what they do not know; it means teaching them to behave as they do not behave."
Bertrand Russel: "We must have some concept of the man we wish to produce, before we can have any definite opinion as to the education which we consider the best."
John Stuart Mill: "A pupil from whom nothing is ever demanded which he cannot do, never does all he can."
Edmund Burke: "What is liberty without wisdom, and without virtue? It is the greatest of all possible evils." (Niet uit het boek).
